BONIFATIUS KLOOSTERPAD

WIJNJEWOUDE NAAR LIPPENHUIZEN

 

Geschreven bronnen over de middeleeuwen zijn schaars. Het tijdsbestek dat het fundament legde onder onze samenleving is daarmee voer voor breed uitwaaierende interpretaties. Op weg vanuit Wijnjewoude doe ik de mysterieuze Kapellepôlle aan.  Aan het eind van de etappe wacht de pelgrim een sobere refugio in de oude dorpskerk van Lippenhuizen.

 

De Sint-Petruskerk iets ten westen van de huidige dorpskern van Ureterp is rond 1250 als parochiekerk gebouwd, daarmee is het godshuis het oudste in de regio. De kleinere dorpskerk van Duurswoude die op een heuvel achter de Duurswouder heide ligt aan de vroegere weg naar Bakkeveen, is van iets latere datum. De laatgotische kerk, opgetrokken uit karakteristieke rode kloostermoppen, stamt vermoedelijk uit het eind van dertiende eeuw.

De kolonisatie van de streek vanuit andere delen van Fryslân was toen voltooid. Parallel aan het beekdal Keningsdjip liepen zandruggen waarop in de late middeleeuwen dorpen ontstonden als kralen aan een ketting. Beetsterzwaag, Ureterp en Siegerswoude/

Frieschepalen aan de ene kant en Bakkeveen, Duurswoude, Wijnjeterp, Hemrik en Lippenhuizen aan de andere kant. De kerken vielen onder het gezag van de St. Pancraskerk in Aldeboarn. In een kapellenlijst uit 1315 zijn de dorpskerken van de meeste plaatsen opgenomen, sommigen zijn inmiddels verdwenen, zoals de kapelletjes in Catrijp of Rijp, anderen waren al eerder verplaatst omdat hun voorganger in het beekdal lag en last van

natte voeten kreeg. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de kerk van Luppingahusum, het latere Lippenhuizen. Ook de kerk van Wijnjeterp lag oorspronkelijk aan de Hooiweg, meer tegen het stroomgebied aan. De kerk van Duurswoude heeft de tijd goed doorstaan. Op het kerkhof staat een zeldzame predikantswoning uit 1759, een tiny house avant la lettre. Door het bos achter het dorp loop ik naar de Bokkekampsweg die me in buurtschap Petersburg brengt. De naam is afgeleid van een kroeg die door Peter Blauw aan de Opsterlânske Kompanjonsfeart werd gedreven. Als gevatte reactie daarop doopten de bewoners van een aanpalend gehucht hun nederzetting Moskou.

Over de Bij de Leijwei, een binnendijk die al vanaf de middeleeuwen bescherming bood tegen het overtollige water uit het hoogveen, loop ik naar de Kapellepôlle. Deze plek is op de kaart van Schotanus/Halma uit 1718 aangeduid met ‘Bonifacius Capelle’. De plek komt niet alleen op oude kaarten voor. In het Dekema-archief zit ook een aantekening uit 1565, waarin onder Hoornsterzwaag zekere landerijen worden vermeld met de notitie: ‘nog opt noord van desen plecht bonifacity cabelle in ‘t feen te staen’. En een koopbrief uit 1552 maakt gewag van ‘den alleroudsten leidijk naast de akkerseinden, welke men in voortijden  placht  te gaan naar St. Bonifaciuskapel’. Aan de kapel is een legende verbonden waarin wordt gesproken over een klein luidklokje met een gouden klepel. Op een stormachtige nacht zou een verdwaalde soldaat uit het leger van de Frankische legeraanvoerder Karel Martel in de kapel een schuilplaats hebben gevonden. Toen hij, begerig naar goud, de klepel uit de klok pro- beerde te stelen, werd hij getroffen door de bliksem en verdween met klok  en klepel in de put bij de kapel. Sindsdien had de kapel geen klok meer,  maar op stille zomernachten zou het klokje ‘s nachts om twaalf uur nog te te horen zijn. Over het tramtalud, langs de turfvaart en door Sparjebird loop ik in een zigzag route naar Lippenhuizen. De verschillende overnachtingsmogelijkheden bestaan o.a. uit een sober veldbed als refugio voor de pelgrim in de Piterkerk  (zie www. santiago.nl onder de knop santiago aan het wad) of varianten met meer comfort en luxe.

 

Terug