BONIFATIUS KLOOSTERPAD

DE WILP NAAR WIJNJEWOUDE

 

Het hoogveen strekte zich in de middeleeuwen uit over grote delen van het Groningse Westerkwartier en oostelijk Fryslân. Een ontoegankelijk, geheimzinnig gebied dat vanaf het jaar 900 door boeren uit de kuststreek stukje bij beetje werd ontgonnen.

 

Het klooster Smelne in Smalle Ee en Mariëngaarde in Hallum stichtten er uithoven met het oog op turfwinning en landbouw. Net buiten Bakkeveen stond de kluis van de heilige Dodo Haske. Zijn queeste naar een ‘reine levenswandel’ diende velen tot voorbeeld. Na zijn dood volgde zijn heiligverklaring. De geschiedenis van De Wilp is nog relatief jong. Het dorp ontstond in de achttiende eeuw als veenkolonie. Nadat de turfgravers de toplaag van een paar meter dik veen hadden ontdaan, restte arme grond waarop het moeizaam boeren was. Tot in de twintigste eeuw liepen er geen verharde wegen van en naar De Wilp: alleen maar vaarten, wijken en modderige paden. Over de provinciegrens loop ik Siegerswoude binnen. Aan het Foarwurk stichtten de kloosterlingen van Smalle Ee in de dertiende eeuw een uithof. In 1518 meldt een historische bron dat het Smelneconvernt ‘tot nuttigheit des uijthoeves tot Sijgerswolt’ een waterlossing beheert die is aangebracht in de Baekendyk. In 1545 verklaarde Lubbe Gelts uit Vredewold aan de stadhouder van Groningen dat hij rond 1515 kloosterlingen op de uithof had benaderd met de vraag of hij een stuk veen in gebruik mocht nemen. Daar had hij wel een paar tonnen bier voor over. De nonnen reageerden op zijn voorstel dat ze het hem ook zonder betaling gunden. Bij opgravingen in 1984 en 1985 zijn kogelpotaardewerk en sporen van een ijzersmelterij, een gracht, afvalkuilen en een mogelijke leemput gevonden. Het leeuwendeel van het vondstmateriaal kan tussen 1200 en 1400 worden gedateerd.

Door de polders loop ik richting het brongebied van het Keningsdjip, de bovenloop van De Boarn. Aan mijn rechterhand aan de horizon rijst het bosgebied van de Friese Wouden als een muur van groen op. Na een maand wandelen door open weidegebied en het coulissenlandschap van de noordelijke Fryske Wâlden, heb ik zin in bos. Op deze tocht kom ik aan mijn trekken, want tot Wijnjewoude wacht mij bijna drie uur zalig dwalen over bos- en heidepaden. De Bakkefeanster Dunen vormen een glooiend natuurterrein van zandduinen met heide en solitaire dennen, omkranst door bossen. De dopheide begint te geuren, zit tegen de bloei aan. Hier bevond zich vroeger Oud-Bakkeveen. Bij een inval door Spaanse troepen is het boerendorp tot op de grond toe afgebrand en later na het graven van de turfvaart vanuit Drachten op last van grietman Douwe van van Aylva verplaatst naar het kruispunt van land- en waterweg. Het bungalowpark en kampeerterrein Park ‘t Hout ligt tegen de plek aan waar vanaf 1168 het klooster Mariëngaarde geestelijk werk verrichte. In dat jaar liet abt Freark een jonge monnik, Van Herman Jozef geheten, achter in ‘Backafeen’. Later stichtte het klooster uit dankbaarheid voor geschonken veen een kapel met de naam Mariahof in de buurt van de Beakendyk. Er was een kerkhof bij en een pastoor zorgde voor het zielenheil van de gemeenschap, later volgde de bouw van een uithof. Rond 1200 vestigde zich de kluizenaar Dodo van Haske bij de kapel en uithof. Hij bleef niet lang. ‘Op een zeker moment reist hij naar Haska en krijgt daar een visioen waarbij het kruisbeeld van het kerkje tot hem spreekt,' zo valt in de Vitae van de heilige Dodo te lezen. Een vooraanstaande geestelijke vraagt hem zich permanent in de onontgonnen streek te vestigen. ‘Dodo gaat onmiddellijk op weg en schroomt hierbij niet om over ijs van één nacht te gaan,' aldus de schrijver van zijn levensverhaal. Jaren later komt hij om door vallend gesteente als het dak van zijn kluis in Haske het begeeft. Hij wordt heilig verklaard. Op de plek stichtten geestelijken en edellieden het klooster Maria’s Rozendal.

 

Terug