BONIFATIUS KLOOSTERPAD

VAN DRACHTEN NAAR DE HAAR OF DE WILP

 

‘We leefden van het ritme der seizoenen’, vertelt de non Dolerosa in een smartelijke brief aan haar geliefde Querido. Haar woorden klinken ijl en verdrietig in het lijkenhuisje bij de romaanse kerk van Marum.

 

Het geluidsfragment markeert het beginpunt van het Witte Nonnenpad tussen de twaalfde eeuwse dorpskerk en het klooster Trimunt waar Dolerosa in de zestiende eeuw woonde en werkte. Het leven van de non veranderde op slag op de dag toen een Spaanse soldaat

aanklopte voor hulp. Half bevroren en met een bloedende wond, zeeg hij ineen op de dorpel van het klooster. Het begin van een vurige liefde. ‘Sijn ogen vroechen om di warmte ener vrouwenhand’, schreef ze. De liefdevolle verzorging die zij Querido schonk wakkerde het vuur van de verliefdheid verder aan. De geheime liefde die opbloeide, eindigde toen de moederoverste een liefdesbrief onderschepte. De zieke en gewonde Querido werd direct overgeplaatst naar een ander klooster en Dolerosa moest ter boetedoening de heide op. ‘Vaerwel onvervuld verlangen’, schreef zij haar Spaanse lief ten afscheid. Het is een geromantiseerde weergave van een liefdesrelatie met een hoog Romeo- en Juliagehalte. De nonnen van Trimunt hadden een verre van rijk leven. Ondanks de hulp van het vermogende Cisterciënzer klooster Aduard dat boerderijen en grond schonk aan ‘In Tribus Montibus’, bleef het sappelen op de arme heide.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was Trimunt vaak het doelwit van rondtrekkende plunderende troepen, soms Spaanse huurlingen dan weer Watergeuzen. In 1208 hadden de Benedictinessen dit vrouwenklooster in een uithoek van de wildernis gesticht. Omdat het vanuit de verte net leek alsof er drie bergen oprezen uit het omringende veen, kreeg het klooster de naam In Tribus Montibus. De levensvatbaarheid van het convent bleef al die eeuwen zorgelijk. In 1559 deed de abt van Aduard een poging de nonnen te bewegen zich aan te sluiten bij het klooster Mariakamp in Assen. De nonnen weigerden, ze wilden niet langer onder de strenge tucht leven, snakten naar meer vrijheid. Het klooster liep leeg en werd in 1604 formeel ontbonden. Ik passeer de vroegere plek van het klooster op mijn voettocht vanaf Drachten naar De Haar. Over de rafelrand van Drachten loop ik door het groen achter ziekenhuis Nij Smellinghe, dat in 1945 is opgericht op initiatief van de kerken als een protestants ziekenhuis. De streek rond Drachtster Compagnie is letterlijk uit het veen geboren. Langs de vaarten en wijken die met handkracht zijn gegraven, staan bordjes met jaartallen. Het begon met het graven van de Drachtstervaart in 1641, vervolgens ontstond er een ruitjespatroon van dwarsvaarten en wijken  met daartussen langgerekte kavels. Na het afgraven restten er heidevelden en moerassen. De turfgravers wachtte de bedelstaf. ‘Hunnen verblijf bestaat slegts uit een in een leemwal gegraven gat, overdekt met stroo en rijs, waar zij leven gelijk de beesten’, aldus een verslag uit 1823. In een bocht van de Kloosterweg bij Trimunt staat een boerderij op de plek waar voorheen In Tribus Montibus stond. Volgens een register met bedevaartsplaatsen was er een put met geneeskrachtig water die tot in de 19e eeuw pelgrims trok. Het Witte Nonnenpad loopt als een smal pad door het Haarsterbosch naar het Bareveld. Vervolgens ga ik over de landweg naar De Wilp door een afwisselend landschap van boomsingels en akkers.

 

Terug