BONIFATIUS KLOOSTERPAD

DE VEENHOOP NAAR DRACHTSTER KLOOSTER KARMEL

 

Voor de kloosterlingen van het Smelna convent bij Smalle Ee zat er in de late middeleeuwen niets anders op dan eerst te voet naar Drachten te lopen en vervolgens de weg op te gaan naar Opeinde en Nijega alvorens ze op de beschermde route van het Kloosterpad naar Burgum kwamen.

 

Tijdens het zomerseizoen vaart tegenwoordig een pontje over de Wide Ie die de route aanzienlijk bekort en een stuk aantrekkelijker maakt voor wandelaars. In twee minuten zijn we over. In het spoor van de Ie loopt het heerlijk over de kade naar Drachten door de Bûtendiken. Aan de rechterhand ligt het veen waarin boerendorpen zoals Kloesewier zijn verdronken. De middeleeuwse kolonisten namen de wijk naar de hoger gelegen zandruggen. Boornbergum, Smalle Ee en De Wilgen en verderop Noorder- en Zuider-Dragten ontstonden. Tegenwoordig mag het boezemland, bûtlân, bij overvloedige regenval en in de winter weer overstromen. Het is door Wetterskip Fryslân ingericht als buffergebied om het hemelwater tijdelijk op te vangen alvorens het door gemalen wordt geloosd op het buitenwater van Waddenzee en IJsselmeer. De natuur vaart er wel bij. Ik maak een ommetje om ‘petgatten de Feanhoop’ en verbaas me over de vele ottersporen die ik in het riet en gras vind. Het is net alsof ik door een impressionistisch schilderij loop. Het rood van de zuring, geel van boterbloemen en groen van het voorjaarsgras. Rond 1200 is het klooster Smalle Ee gesticht door Augustijner monniken als dubbelklooster. Omstreeks 1400 vertrokken de monniken naar de uithof ten zuiden van De Veenhoop, Flearbosk of Vlierbos. Daarna ging het convent verder als vrouwenklooster onder de naam Smelna of Onser Lyewe Vrouwen Smelligeraconvent. Smalle Ee groeide uit tot de belangrijkste plaats van de grietenij Smallingerland, een verbastering van Smalle Ee-land.

De haven was vijf keer groter dan tegenwoordig, het witte zand dat bij Smalle Ee aan de oppervlakte kwam was gewild. Rond de haven stonden pakhuizen en schuren. Ik maak een rondje om het kloosterterrein dat nog als een langgerekte bult in het vlakke boerenland herkenbaar is. Smelna behoorde tot de toonaangevende kloosters in oostelijk Fryslân, om die reden stond het mede aan de basis van het Kloosterpad 1453. Bij de opheffing bezaten de nonnen zo’n 1169 hectare grond, evenveel als het Burgumse Barraconvent. Uit opgravingen is vast komen te staan dat de abdijkerk uit tufsteen bestond, eenbeukig was, met een iets inspringend gesloten koor. In 1980 is een grafveld aangetroffen, met onder meer bakstenen grafkeldertjes. Eerder trof archeoloog Van Giffen bij een opgraving in 1922 een skelet in een kist aan en een gesloten steenkist en scherven vaatwerk. In 2018 verrees op de heuvel aan de Kleasterkampen een constructie uit wilgentenen die drie manshoge monniken verbeelden. ‘De trije mûntsen underweis’ (‘De drie monniken onderweg’) zijn gemaakt van lichte geschilde en donkere ongeschilde wilgentenen en zijn in de buurt gesnoeid. Het vervolg is een afwisselend pad langs hoge boomwallen, waterplassen en ruige stukjes natuur, begraasd door Schoonebeker heideschapen. Langs de Bisschopsgraven, waar gesneuvelde soldaten uit het leger van Bommen Berend, de bisschop van Münster, een naamloos graf vonden, gaat het vervolgens naar het  klooster Karmel, aan de rand van het vroegere Suyder-Dragten.

 

Terug