BONIFATIUS KLOOSTERPAD

HEERENVEEN NAAR WOLVEGA

 

De teloorgang van het Schoterconvent, een klooster van de Ridderlijke Duitse orde Balije van

Utrecht in een bocht van de Tsjonger bij het huidige Oudeschoot, is kenmerkend voor de kloostererfenis in Fryslân.

 

Op schrift zijn er spaarzame bronnen, in het landschap valt een vage afdruk te lezen, maar de fundamenten en andere restanten liggen verborgen onder asfalt, een boerderij of landbouwgrond. We zijn tevreden met het weinige dat overblijft, een abdijkerk, een

verdedigingstoren of gracht, en doen een beroep op onze verbeelding voor de rest. Het laat onverlet dat ook dit klooster een grote impact had op de streekgeschiedenis, Heerenveen dankt mede haar ontstaan er aan.

Aan het eind (of begin: het is maar net in welke volgorde de etappes worden gelopen) wacht de kapel van Jonkheer Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt op het kerkhof van Sint-Franciscus in Wolvega. Een heer van stand met een voorliefde voor reizen en ontdekkingstochten. Een pelgrim par excellence.

Het driemanschap dat de ontginning van de venen in de grietenijen Aengwirden en Schoterland ter hand nam, staat bekend als de Heren van het Veen. Al snel zochten de vermogende heren nieuwe deelnemers in hun onderneming. Het graven van vaarten en het opkopen van grond bleek lastiger en duurder dan voorzien. Op 11 juni 1552 schoof Melchior de Grote, Commandeur van het klooster in Oudeschoot aan. De ‘Commanderije’ bracht een lange strook grond in waarop de investeerders met grachten omgeven huizen bouwden. Ook enkele woningen aan de Herewal en de Skoattertsjerke (= Schoterkerk) stonden op kloostergrond. Het Museum Heerenveen bezit een funderingssteen van het Convent

van Schoten. De Skoattertsjerke is in 1752 in opdracht van de grietman van Schoterland, Menno Coehoorn van Scheltinga gebouwd. De kerk verving een voorganger uit 1610 op de plek van een eerdere middeleeuwse kerk uit 1315, die ongetwijfeld onder de invloedssfeer van het Convent van Schoten viel. De Duitse Orde streek in 1299 neer in Scooterburen. Het klooster bezat tevens grond en boerenhoeven in Munnekezijl en bij Schoterzijl. Met de rug naar Oudeschoot toe, links van de Wolvegaasterweg, ligt een afgietsel van de funderingssteen. In 1570 was het klooster al verlaten en tien jaar na de Reformatie is op de fundering een versterking aangelegd. De Tjongerschans gold als tweede verdedigingslinie tegen de Spanjaarden.

Bij Ter Idzard loop ik een zandrug op tussen Tsjonger en Lende. Van ver al wuift de windvaan van de kerk me toe: het welkom van opnieuw een Bonifatiuskerk op dit pad. De kerk is halverwege de vijftiende eeuw gebouwd, ook na de Reformatie bleef een deel van de bevolking de Roomse kerk trouw. Zij beleden hun geloof in het diepste geheim. De aanzienlijke familie Terwisscha bood onderdak aan priesters die behoorden tot de orde van de Franciscanen. Zij bedienden de schuilkerk van de parochie en deden aan zielzorg. Omdat de Terwisga’s goede banden hadden met de Oranjes, mochten zij in het bos van Oldeholtpade een kerk zonder pastorie oprichten. In de negentiende eeuw gaf de bisschop van Utrecht opdracht tot de bouw van een nieuwe kerk in Wolvega die aan de heilige Franciscus werd gewijd. Mijn laatste bestemming is de kapel boven de grafkelder van Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt en zijn vrouw Juliana thoe Schwartsenberg en Hohenlansberg op het kerkhof bij de katholieke kerk in de hoofdplaats van Weststellingwerf. De kapel is een replica van een houten versie die de jonkheer had gekocht op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1878. Tinco snakte naar nieuwe ervaringen en avontuur. Op 27-jarige leeftijd trok hij te voet en te paard door het Midden-Oosten op zoek naar sporen van de oude beschavingen. Na een reis van drie jaar kwam hij terug in Beetsterzwaag en richtte er een Oriëntaals museum in. Tijdens de reis, mede onder invloed van alle indrukken, maakte Tinco op 2 juni 1868 de overstap van het Nederlands-Hervormde geloof, dat zijn familie aanhing, naar de Rooms-Katholieke kerk. In de Heilige Grafkerk in Jeruzalem bekeerde hij zich. ‘Gedreven door overweging en overtuiging aanvaardde vader Antonius mijn geloofsbelijdenis,' noteert hij in zijn dagboek. In zijn reisverslag IV beschrijft de pelgrim Tinco hoe zijn speurtocht naar de (geloofs-)geschiedenis en zijn lange reizen in de Oriënt hem op het spoor van nieuwe inzichten brachten. Tinco Martinus Franciscus Maria Lycklama à Nijeholt en missionaris Bonifatius reiken elkaar de hand. (bron: Tinco's blijvende sporen in Wolvega, een uitgave van de HH. Petrus en Paulusparochie, in samenwerking met Stichting Historisch Beetsterzwaag en Tinco Mienskipproject Leeuwarden Friesland Culturele Hoofdstad 2018.)

Later verhuisde hij naar Cannes, maar bij zijn dood wilde hij samen met zijn geliefde op het kerkhof in Wolvega liggen. Zijn rustplaats is een neogotische kapel, een knipoog naar en ode aan een rijk Rooms verleden. Het interieur bevat authentieke elementen uit de houten kapel die hij eerder in Parijs had aangeschaft. Gedreven door nieuwsgierigheid naar de oude klassieken en de onder stof en woestijnzand begraven beschavingen,

 rok deze reiziger de wereld rond. Een zoeker, dromer en schatgraver. Een pelgrim. Een mooi eindbesluit of startpunt van de Bonifatius Kloosterpad pelgrimage.

 

Terug