BONIFATIUS KLOOSTERPAD

BONTEBOK NAAR TERBAND

 

Het kon er in Bontebok heftig aan toe gaan. Het dorp was in de zeventiende eeuw weinig meer dan een verzameling huizen op een kruispunt van een landweg en een turfvaart. Waar de transport- en handelsassen elkaar sneden, stond een herberg, De Bonte Bock geheten.

 

Het was rauw volk, een mix van varensgasten en turfgravers, die wel een slokje lustten. Het archief van het Hof van Friesland biedt een inkijkje in het ruige leven van alledag. Het landerige dorp hieldde rechters en opsporingsambtenaren behoorlijk bezig, zo blijkt. Zowel in

1683 als 1685 was het raak. De eerste keer dat Bonte Bock in het misdaadarchief opduikt is als nota bene een politieman uit het nabijgelegen De Knipe de zwangere vrouw van kastelein Jabik Linses met twee messen bedreigt. Het liep voor haar goed af en de opvliegende agent Tjibbe Jeeps kreeg een verblijf van een jaar in het Leeuwarder Blokhuis opgelegd.

Dramatischer liep het twee jaar later met Sake Hanses af. Hij was op rooftocht in de omgeving gegaan, had daarbij het nodige geweld gebruikt en dook onder in de herberg. De lange arm van de wet ontliep hij niet. Hij werd gearresteerd en berecht. De rechter sprak de zwaarst denkbare straf uit. ‘Om aen een staek geworgt en daer nae met de viere gesengt’ (verbrand) te worden, luidde het oordeel. Net als andere dorpen aan turfvaarten gelegen, zoals Heerenveen of Haulerwijk, dankt Bontebok haar ontstaan aan het besluit van de Friese en Hollandse durfkapitalisten die in de zestiende en zeventiende eeuw beseften dat het veen een kapitaal vertegenwoordigde. Op 24 juli 1551, dus nog voor de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog, tekenden Pyter Hettes van Dekema  uit Jelsum en Johan van Cuyck Anthonisz en Floris Foeyts uit Utrecht een contract van samenwerking om het hoogveen onder de dorpen Hoornsterzwaag, Jubbega, Schurega, Oudehorne, Nieuwehorne, Katlijk, Brongerga en Langezwaag en Kortezwaag te gelde te maken. Niet lang daarna richtten andere heren van stand de Opsterlandse Compagnie op en in Drachten ging het van hetzelfde laken een pak.

Ik volg een kriskrasroute door bosjes en langs boomwallen met dichte varenhagen naar de St. Thomaskerk van Katlijk. De kerk is in 1550 nog net voor de Reformatie gebouwd. De klokken in de houten stoel worden volgens traditie tussen 21 en 31 december geluid om de ‘duivels te verjagen’. Achter Mildam wacht oud bos, dat deel uitmaakt van het Landschapspark Oranjewoud. De adel en notabelen trokken er villa’s en landhuizen op in navolging van Marijke Meu, die in Oranjewoud haar zomerresidentie  liet  bouwen. Op  de Belvedère in Tjaarda’s Bosch is het hele podium voor mij. De zon speelt een spelletje met het landschap rondom. Licht en donker wisselen elkaar af. Via het museum van moderne kunst De Belvédère loop ik naar Luinjeberd en de refugio in Terband. De Zestien Roeden brengt me over de snelweg. Al snel is het gesuis van autoverkeer gedempt door singels en ruilverkavelingsbosjes. In de kerk van Terband wacht een veldbed op mij. Auke Ykema, die in de pastorie naast de kerk woont, ontvangt me hartelijk. Slaap naast het orgel onder de kerkklok op de eerste verdieping. Een betere entourage voor de pelgrim is amper denkbaar. Zo’n logies heb ik nog nooit in mijn leven gehad.

 

Terug