BONIFATIUS KLOOSTERPAD

LIPPENHUIZEN NAAR OLDEBERKOOP

 

Aan het begin van de tocht in Dokkum en Damwâld staan twee naar de martelaar

vernoemde kerken en een kapel. In Oldeberkoop stuiten de pelgrims wederom op een aan Bonifatius gewijd godshuis.

 

Zo blijft de kerkvader een gids in de bagage van de voetreizigers. Bonifatius was opgegroeid in de traditie van de Benedictijner monniken en hield zich strak aan de kerkregels en die van zijn orde: niet trouwen, persoonlijke armoede en gehoorzaamheid aan de abt en God. Hij streefde een grensoverschrijdende Europese christelijke gemeenschap na, gestaafd met rituele tradities en onder celibatair leiderschap. Bonifatius als ‘eerste Europeaan’ mag in zijn orthodoxie voor menigeen achterhaald zijn, de nadruk op bezinning en spiritualiteit is van

alle tijden. Ook was hij een onvermoeibaar zwerver en juist dat spreekt de landloper in mij aan. Pelgrimsroutes zijn momenteel een doorslaand succes. Bijna driehonderdduizend pelgrims lopen jaarlijks naar Santiago de Compostella aan de Spaanse kust, onder hen zijn 3.600 Nederlanders. Het gevoel van vrijheid, de stap uit het normale patroon, de zoektocht naar nieuwe rituelen, verbinding en bezinning, maken pelgrimeren tot een bijzondere ervaring. Wandelauteur Robert Mcfarlane zegt in zijn boek Oude Wegen: ‘Paden verbinden, dat is hun eerste en enige reden van bestaan.’ En Antonio Machado schreef: ‘Er bestaat geen weg, de weg ontstaat al lopend.’ De overnachting in een kerk die op initiatief van Santiago aan het Wad in Friese godshuizen mogelijk is gemaakt, is zo’n onverwachte parel in de schatkist van de pelgrim. Initiatiefnemer Hans de Jong zegt: ‘Kerken maken al meer dan dertig generaties deel uit van de gemeenschap. We willen de traditie van Europese pelgrimswegen in Fryslân verbreden. Eenvoudige en gastvrije refugio’s aanbieden voor de doortrekkende pelgrim past daar bij. Vrijwilligers die de kerken beheren, delen graag hun kennis over de eigen kerk en de streek met hun gasten. En delen geeft verbinding, weet elke pelgrim.’ Meer informatie is te vinden op www.santiagoaanhetwad.nl.

 

Het eerste stuk vanaf Lippenhuizen loop ik stroomopwaarts langs de Opsterlânske Kompanjonsfeart in de richting van Hemrikerverlaat. Terwijl ik een paar kilometer langs de vaart loop, leg ik in een half uur de afstand af die in de achttiende eeuw de arbeiders dertig jaar van hun leven kostte aan graafwerk. De aanleg van de turfvaart nam een aanvang in 1630, lag soms jarenlang stil vanwege bestuurlijke geschillen en tegenwerking van grondeigenaren, maar kwam in 1716 weer op stoom. In 1718 was Lippenhuizen bereikt, in 1755 Hemrik en nog eens dertig jaar later Wijnjeterp. Opnieuw verbaast de lichtvoetigheid van het landschap mij. Ik loop de Friese grensrivier tussen Saksisch Fryslân en de rest van de provincie. Op het fietspad langs de Tsjonger zie ik iets pluizigs bruins in het gras van de berm. Het is een jonge vos, die er bij mijn nadering vandoor gaat in huppelpas. Bij de sluis in de Tsjonger staat een grensmonument met een tekst van Atte Jongstra: ‘Vroeger had je grenspalen en grensstenen. Maar grenzen heb je ook in het dagelijkse leven.’ Natuurgebied Delleburen ligt er verlaten bij. In de schaduw van een boom rust en mijmer ik soezerig. De cadans van een pelgrim, heel even zet ik een stap buiten de hectische wereld. Genieten van de zomergeluiden.

 

Terug