BONIFATIUS KLOOSTERPAD

DRACHTEN OVER BEETSTERZWAAG, OLTETERP EN  URETERP

 

De geschiedenis van het Karmelklooster in Drachten is een verhaal apart. De zusters

Ongeschoeide Karmelitessen, een bidorde die terugvoert tot 1226, woonden hier ‘achter slot’. Voor het dagelijks gebed koesterden zij stilte, rust en concentratie.

 

In 1936 namen zes zusters die in 1935 vanuit Den Bosch naar Drachten afreisden, waar ze eerst een woning aan de Stationsweg betrokken, hun intrek in de nieuwe kloostergemeenschap van de Karmel. Ruim een halve eeuw woonden ze in afzondering van de buitenwereld. Na hun vertrek in 1993 begon het Karmelklooster aan een nieuwe episode als expositieruimte, concert- en ontmoetingscentrum en logeeradres. Een plek waar het licht wordt gevierd. Het klooster ligt er nog vrijwel bij zoals de Karmelorde het achterliet. De architect liet zich inspireren door kloosterbouw in de middeleeuwen. De façade oogt streng, met donkere stenen en kleine ramen, maar van binnen heeft het gebouw een verrassend intieme atmosfeer, ook door de kruisgangen en doorkijkjes naar de binnentuin. Het klooster paste bij de nonnen, zoals een man bij een vrouw, vertelt een van de zusters in een

interview.

Over wandelpaden loop ik vanuit Drachten door een groene corridor naar het gotische kerkje van Kortehemmen dat in al zijn eenvoud van een grote rijkdom getuigt. De Kleastertsjerke is rond 1300 gebouwd, waarschijnlijk onder de vleugels van het vlakbij gelegen klooster bij Smalle Ee. Over een zandpad dat ruim een kilometer rechtuit door het bos voert, bereik ik het Schuinpad in Oud Beets. Het middeleeuwse dorp is goeddeels verdwenen en overvleugeld door Beetsterzwaag dat vanaf de zestiende eeuw in zwang raakte bij de Friese adel. De grandeur van het adelsdorp met de Hoofdstraat, waarlangs over anderhalve kilometer lengte meerdere landgoederen met overtuinen liggen, is overweldigend.

Langs de Sint-Hippolytuskerk van rond 1500 en het Witte Huis loop ik door een beukenbos langs vijverpartijen naar buurtschap Heidehuizen. De doorkijkjes vanaf het pad op het beekdal Keningsdjip zijn adembenemend. Tussen houtwallen door bereik ik de in 1250 gebouwde Sint-Pieterskerk van Ureterp, een statig gebouw, sober en doeltreffend als imaginaire verbinding tussen hemel en aarde. Na een omtrekkende beweging langs de rafelrand van Drachten bereik ik het centrum met de kerk uit 1743 en verderop het

Museum Dr8888. Hier huisden voorheen vanaf 1937 de Franciscaner Minderbroeders. In de jaren dertig kwamen de Franciscaner paters naar Drachten vanwege de hoge ontkerkelijkingscijfers. Er was behoefte aan nieuwe missionarissen. ‘Een sprong in het diepe,’ aldus een van hen in een boek over het Franciscaanse avontuur. Zij stonden, net als het museum nu, midden in het leven. In 1970 sloot het klooster, de parochies namen het werk over. Deze stevige voettocht leent zich er voor om in tweeën te delen met een overnachting in Beetsterzwaag of Olterterp. In beide plaatsen zijn genoeg logiesmogelijkheden voorhanden.

 

Terug