BONIFATIUS KLOOSTERPAD

DOKKUM NOORD

 

Wonderbaarlijke verschijningen, geneeskrachtig water uit een spontaan opwellende bron, aan wonderverhalen geen gebrek. Het mag duidelijk zijn dat de stad Dokkum een reis waard is vanwege opzienbarende gebeurtenissen met een grote impact.

 

Net als de kruisiging van Jezus begint het bezinningsverhaal met een tragische geschiedenis. Aan de oevers van het huidige Dokkumer Grootdiep vermoordden opstandige Friezen uit het aanpalende Humsterland, tegenwoordig onderdeel van de provincie Groningen, op 5 juni 754 de missionaris Bonifatius. De bejaarde aartsbisschop van de Friezen en vooraanstaand kerkleider in toenmalig Europa stierf de martelaarsdood en werd spoedig heilig verklaard. De Augustijner Koorheren stichtten al in 760 een kapittel bij het martelaarsveld en de terp van Dokkum waar Bonifatius de dood vond. In 1170 ging de gemeenschap over naar de

Norbertijnen. Zij breidden het sobere klooster op de stadsterp aanzienlijk uit en bouwden een grote abdijkerk naast de ‘cleyne’ Sint Martinuskerk voor de parochianen. De opvang van pelgrims was voor de monniken een belangrijke taak. In 1290 zou het klooster vierhonderd bewoners hebben geteld. Ook lagen er enkele uithoven aan weerszijden van het Dokkumer

Grootdiep. Mijn pelgrimage begint aan de Diepswal langs het vroegere Grootdiep in de binnenstad, waar de zeeschepen aanmeerden en de goederenoverslag plaatsvond. Het Admiraliteitshuis uit de glorietijd van Dokkum als grootste zeevarende hoofdplaats in

Noord-Nederland herbergt een museum over de stadsgeschiedenis. Leven en werk van

Bonifatius en de plaats van de stad in de kerkgeschiedenis worden in het naastgelegen gebouw belicht. Dokkum herontdekt haar rijke verleden met het vernieuwde Marktplein op de terp in de binnenstad, waar ooit het klooster met de abdijkerk en het wonder van de Bonifatiusbron zich bevonden en geeft daarmee haar status als pelgrimsoord nieuwe glans.

Vanuit de stad loop ik noordoostelijk door het boerenland naar Aalsum, Wetsens en Niawier langs Romaanse kerken op terpen en over historische ringwegen. Vanuit het klooster Claercamp, westelijk van de stad, stichtten de Cisterciënzer monniken voor 1195 een vrouwenklooster op een woonheuvel dat zij Onze Lieve Vrouwe ten Dale of kortweg Sion doopten.

In de zestiende eeuw bezat Sion meer dan 2200 pondemaat land en behoorde het tot de grootgrondbezitters in Fryslân. Het merendeel van het dorpsgebied viel onder het klooster. De gebouwen zijn in de nacht van 13 april 1571 door de Watergeuzen geplunderd. Op de plek waar ooit het klooster stond, het best te zien vlak voor de bocht in de Singel, staat nu

een boerderij. Van het klooster resten nog een gevelsteen en een fragment van een gebeeldhouwd kapiteel dat waarschijnlijk in de doorgang van het gebouw is toegepast.

De Stoepa, een boeddhistisch tempelcomplex met duizend Boeddhabeeldjes, dat in 1985 is opgericht door de Nederlandse Tibetaanse Boeddhistische gemeenschap. De stoepa ligt

verscholen in een meditatief landschap met veel lucht en oneindig groen. Gebedsmolens en windgongen rinkelen in de aanwakkerende bries. Over Hiaure, een dorp met een oude geschiedenis in het getijdenland, gaat het terug door weilanden over verrukkelijke

boerenpaden naar de stad der wonderen.

 

Terug