BONIFATIUS KLOOSTERPAD

BUITENPOST TRAJECT 2

 

Op deze tocht langs voormalige kloosterlocaties in Noordoost- en Zuidoost-Fryslân tref ik vooral vluchtige sporen aan: vage afdrukken van de middeleeuwen in het landschap. Om de

geschiedenis te lezen ben ik vooral afhankelijk van geschreven bronnen.

Maar Gerkesklooster tapt uit een ander vaatje. Het brouwhuis van klooster Jeruzalem ontsnapte aan de sloophamer en kreeg in 1629 een bestemming als protestants godshuis. Waar voorheen de fusten bier werden gevuld, klonk voortaan het woord van God en galmden de psalmen tussen de muren. Op de plek waar zich de Cisterciënzer monniken vanuit klooster Claercamp vestigden, leefden al vanaf de Karolingische tijd mensen. De nederzetting lag in een getijdenlandschap. Van tijd tot tijd drong het zeewater via de delta van de Lauwerszee diep door en overspoelde soms zelfs het laagveenmoeras tot aan Surhuisterveen, Trimunt en Drachten. Wigerathorp, ‘dorp van Wieger’, kreeg in de middeleeuwen de naam Gerkesklooster nadat in 1240 de rijke grondbezitter Gercke Harkema uit Twijzel het plan opvatte hier eenklooster te stichten. Omstreeks 1420 gaven de kloosterlingen de aanzet tot de inpoldering van Oud Kruisland. Al honderd jaar eerder legden de monniken van Gercke’s klooster een zijl (sluis) aan die zij opdroegen aan de heilige Petrus. Bij die sluis ontstond Pieterzijl. Ook gaven zij hun naam aan Munnekezijl, dat de Lauwerszee afdamde. Uithoven lagen bij Lutjegast, Visfleeth, Hinckemahus (was uithof bij Lutjegast) en Warfstermolen. In de venen lag uithof Ter Schoole (lag binnen de huidige

bebouwde kom van Surhuisterveen), iets ten zuiden van het huidige Surhuisterveen. De kerkklok is in 1571 uit de abdij geroofd, waarschijnlijk tijdens een plundertocht door de Watergeuzen. De klok hangt tegenwoordig in Gadstrup op het Deense eiland Seeland. In 1629 kreeg het leegstaande brouwhuis de huidige bestemming als kerk.

Over het Knillesdjip loop ik de provincie Groningen binnen. Het is een streek bestaande uit zandruggen, zogenoemde ‘gasten’, met daartussen beekdalen die zich tijdens de opwarming van het klimaat na de laatste IJstijd opvulden met veen. Tot omstreeks 1550 waren de kloosters actief in de vervening, daarna namen commerciële bedrijven het stokje over. Over

de Eezumerweg en de Doezumertocht bereik ik de Doezumermieden. Door het prachtige waterrijke gebied loopt een netwerk aan paden langs petgaten, door kruidige graslanden en broekbossen naar Peebosch en het theetuin Blotevoetenhof. Ik hoor een koekoek roepen en zie een sprong reeën op een rij grazen in het gras. Het lijkt wel een processie. De dotterbloemen bloeien, in de rietvelden neuriet een rietzanger. Over de Fryske Dyk, een door  riet omzoomd pad, loop ik naar Surhuisterveen. Het veen deint zachtjes onder mijn voeten. Een genot.

 

Terug