BONIFATIUS KLOOSTERPAD

BUITENPOST TRAJECT 3

 

Vanuit het veenkoloniale dorp Surhuisterveen, waarvoor de monniken uit Gerkesklooster met één uithof de kiem legden, is het slechts een hanestap naar Buweklooster. Speurend in de kloostergeschiedenis blijkt er meer te zijn dat beide kloosters verbindt, namelijk de familieband.

 

Twee rijke broers besloten beiden een klooster te stichten, maar kozen daarbij elk voor een andere orde. Gerkesklooster sloot zich aan bij de Cisterciënzers, Buwe gaf de voorkeur aan de Praemonstratenzers. Hun erfenis doorstond de tand des tijds. Als plaatsnaam, maar ook in tastbare herinneringen. De tocht voert door de laagveenmoerassen van weleer. Volgens het Aardrijkskundig Woordenboek van Abraham Jacob van der Aa, dat tussen 1839 en 1851 in dertien delen verscheen, stond de wieg van Gercke en Buwe in Augustinusga, een plaats die onderhorig was aan de parochie van Augustinusga. Zij kwamen uit een voornaam geslacht van edellieden. Gelovig waren ze zeker. Gercke werd ‘gedreven door deezelfden geest van godsdienstigheid als andere van zijn eeuwe’, aldus Van der Aa. ‘Als hij naderhand zag, dat zijn broeder Gerke, van zijne goederen ter eere van den Almagtigen God, een Monnikenklooster gesticht had, beschouwde hij zulks als eene aanmaning om dit voorbeeld na te volgen. Na alzoo een bekwaam gebouw te hebben opgetrokken, heeft hij, met vergunning van den Abt van Mariëngaarde, eenige Nonnen uit het Premonstreiterklooster Bethlehem, derwaarts doen komen, en in zijn klooster geplaatst, wordende de eerste kerk van dit klooster in het jaar 1245 ingewijd.’

Op mijn weg naar Buweklooster slokt het coulissenlandschap mij al snel op. Boomwallen met daarop eiken en elzensingels omarmen kleine weilandjes, deels verruigd, en akkers met kleine boerderijen. In een lang lint liggen de prachtig tot woonhuis verbouwde boerderijen aan het netwerk van paadjes, singels en lanen. Tijdens de ijstijden vormden zich vooral in Noord-Nederland overal zogenoemde pingo’s, kleine heuvels die ontstonden omdat het grondwater bevroor, uitzette en de omliggende bodem omhoog drukte. Na het smelten bleef een verhoging met een laagte in het midden over die zich vervolgens vulde met water en veen. Vlakbij het Buweklooster ligt in een weiland zo’n relict. De kikkers kwaken op deze zondagochtend een stemmige gospel. In de ruim bemeten tuin van de woonboerderij aan it Kleasterbreed 3 liggen goed bewaarde fundamenten van het klooster, brokstukken kloostermoppen en een zuil. Het kerkhof is nog altijd in gebruik en ligt op een verhoging in het terrein, zodat de graven droog bleven. Het nonnenklooster Maria’s Graf kreeg de naam Buweklooster naar de stichter en initiatiefnemer. Tien jonge nonnen uit de omgeving van Augustinusga legden de basis. Op 13 december 1249 werden zij ‘onder passende geleide’ naar Drogeham gebracht. In 1290 telde het klooster al 170 bewoners. Bij de opheffing in 1580 woonden er nog 32 mensen in het Buweklooster. De boerderij telde vierhonderd stuks vee, 68 stukken bouwland, een groentetuin, een gracht, een bleek en een molen. De nonnen, lekebroeders en priorin kregen bij de opheffing een klein geldbedrag mee en een pensioen op jaarbasis. Het klooster was vooral actief in de vervening. Namen uit de streek die aan het klooster herinneren zijn Monnikegreppel, Monniketille en Nonnepaed. Het gebied van Buweklooster liep tot aan de Mûntsegroppe (Monnikegreppel), de greppel en het pad erlangs dienden als scheiding met de venen van Eastermar. Op het vervolg van de route naar Buitenpost loop ik door de Hamster en Twijzeler Mieden. Uit het broekbos klinkt het hoempend geluid van een roerdomp. Over de kade van de Sânsleat loopt het aangenaam naar Buitenpost. Er dienen zich op de terugweg twee opties aan: die langs de weg naar de buitenwijken of over wandelpaden door Polder Rohel. Dat is afhankelijk van het broedseizoen. Beide routes zijn in de beschrijving opgenomen.

 

Terug