BONIFATIUS KLOOSTERPAD

RONDJE BURGUMER MAR MET TUSSENSTOP IN EASTERMAR

 

De verkenningstocht in het licht van de middeleeuwen en kloostergeschiedenis voert me

naar het hart van een oud cultuurlandschap in de coulissen van de Noardlike Fryske Wâlden. Het middelpunt van dit nationale landschap bevindt zich tussen Burgum, Eastermar en Jistrum aan de oevers van het Burgumer Mar. Het is prachtig weer tijdens de rondwandeling over tussen boomwallen ingesleten zand-, kerk- en lijkpaden. De ideale biotoop van de

pelgrim. De blauwe lucht vult zich met witte wolken waartussen de zon grootmoedig stralen strooit.

 

Voor ik vertrek, maak ik een eerbiedige ronde om de Kruiskerk in Burgum. De monumentale parochiekerk die rond 1100 verrees, is een van de weinige tastbare herinneringen aan de eeuwenlange dominante aanwezigheid van het Barraconvent. De kloosterlingen  begonnen in de middeleeuwen het moeras waarvan het Burgumer Mar deel uitmaakte droog te leggen en te ontginnen. De hooilanden voedden het vee en het veen diende na het drogen als brandstof om de gebouwen te verwarmen, brood te bakken, te koken en bier te brouwen.

Elke nederzetting op het boven het moeras uitrijzende zand kreeg al snel een eigen kerk, om de almachtige aanwezigheid van het geloof in steen uit te drukken. Die van Jistrum, Eastermar en Sumar dateren eveneens uit de middel- eeuwen, al zijn de godshuizen in beide laatste plaatsen inmiddels vervangen door jongere opvolgers. In samenspraak met de gemeente, grondeigenaren en natuurbeheerders heeft recreatieschap Marrekrite de witte vlekken in het wandelnetwerk ingekleurd. Het maakt het mogelijk om vanaf de zandrug tussen Sumar en Eastermar over mooie paden naar de oever van De Leijen af te dalen. De Leijen ontstond op een plek waar vanaf de 16e eeuw tot aan 1750 grote hoeveelheden hoogveen is afgegraven. De rietlanden met zijn een eldorado voor weide- en watervogels. Terwijl ik over het wandelpad langs het meer loop, hoor ik eindelijk de voorjaarszang van grutto, kievit en tureluur. Er is het agrarisch collectief Lânsdouwe veel aan gelegen om het in de middeleeuwen geprijkte cultuurlandschap te behouden.

Eastermar is een heerlijk dorp, de tussen karakteristieke geveltjes ingeklemde smalle dorpsvaart mondt uit op een plein met een symbolisch gedekte tafel die de gemeenschapszin etaleert. Er zijn voor een dorp van dertienhonderd zielen opmerkelijk veel restaurants, b&b's en hotels. Winkelier Pieter Horjus verzamelde tussen 1925 en 1942 op de Kjellingen tientallen laatpaleolithische artefacten behorend tot de Tjongercultuur van zo'n twaalf- tot elfduizend jaar geleden. In buurtschap It Heechsân verrees tussen 1300 en 1400 de stenen kerk gebouwd als opvolger van een houten rietgedekt godshuis van voor het jaar duizend. Het dorp wordt voor het eerst genoemd in een verdrag met de stad Groningen. De acte uit 1447 is ondertekend door Enno, een priester uit Eastermar die in het klooster van Burgum woonde. Het verdrag regelde de uitlevering van dieven en moest de veiligheid van reizigers bevorderen, indachtig het latere convenant dat het Barraconvent sloot voor de pelgrimroute tussen Dokkum, Burgum en Smalle Ee bij Drachten. Over landwegen en zandpaden wandel ik terug naar het beginpunt van de route. Het geklepper van een stel ooievaars dat net het nest op orde heeft, begeleidt mij op het laatste stukje tot aan de beboste achterdeur van Burgum, een soort noormannenpoortje in het landschap. Heerlijk zo'n dwaaltocht in het spoor van de middeleeuwen.

 

Terug