BONIFATIUS KLOOSTERPAD

ANJUM-ZUID

 

Er staat een frisse wind uit zee en de zon gaat nog schuil achter een hoog wolkendek als ik over de Terpsterwei Anjum uitloop. Het valt me op hoe goed het oude getijdenlandschap zich laat lezen in het glooiende akkerland om het dorp. Het pad laveert langs een kwelderrug. De geploegde voren in het boerenland wijzen netjes allemaal dezelfde kant op.

Meeuwen scharrelen tussen de dikke kluiten. Het uitzicht in dit platte kijkdooslandschap is eindeloos. Achter de zeekering begint Nationaal Park Lauwersmeer. Een natuurgebied van 5000 hectare met rietvelden, moerassen, broekbossen en verruigd grasland. Koniks, taaie werkpaarden uit Polen die weinig eisen stellen, en Schotse Hooglanders begrazen de drooggevallen zandplaten en slibvelden. De lekebroeders van omliggende kloosters die op de uithoven werkten en de boeren legden rijsdammen aan om het slib vast te houden dat met vloed de bodem van de oerdelta bedekte. Rechts van Ezumazijl tekent zich een plat heuveltje af, dat kan terugwijzen naar een uithof van klooster Weerd die aan de monding van de  Zuider Ee lag. Al in de middeleeuwen verrees hier een sluis om de waterhoogte in het achterliggende polderland te reguleren. De Ezumakeeg is populair onder vogelaars. In dit overgangsgebied tussen water en land zijn de sporen van de ambachtelijke landaanwinning uit vroegere tijden goed te zien. Inmiddels is het oude boerenland teruggeven aan de natuur. De Nijlânswei ontpopt zich als een heerlijk groen wandelpad dat tussen kronkelende sloten vanaf het buurtschap Nijlân tot aan Ald Terp loopt. De boeren zijn verenigd in de ‘Guozzekrite’ en werken samen met de natuurorganisaties It Fryske Gea, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. De sloten volgen het patroon van oude getijdenslenken, prielen en geulen. Zo toont de zee haar afdruk in het getemde en in cultuur gebrachte land. Een wulp vliegt over, verderop zie ik een grutto op de wieken gaan. Over de Wite Brêge bereik ik de Weardwei, aan de horizon voor me uit zie ik in een bocht van de Zuider Ee op een heuveltje in het land een boerderij en wat verspreid staande huizen. Dit is de plek van het vroegere nonnenklooster Weerd. Het duikt in de archieven op onder de naam Templum Domini (Tempel van de Heer) of Silva St. Mariae (Woud van de Heilige Maria). Door giften en erfenissen kreeg Weerd heel wat bezittingen in de omgeving. Het klooster van de Praemonstratenzers, ook Norbertijnen of Witheren genoemd vanwege hun witte pijen, viel onder het Bonifatiusklooster in Dokkum. Tijdens de zestiende-eeuwse kerkstrijd van protestanten en katholieken vielen in 1569 de Watergeuzen dit kustgebied binnen. ‘De 20e augustus 1569 ankerden zij in de Scholback en kwamen daarna met sloepen aan land, plunderden het klooster en staken het in brand.’ Van Weerd rest nu niets meer dan een verhoging in het landschap. Een jonge boer vertelt dat de binnenmuren van het voorhuis van zijn boerderij zijn opgetrokken uit kloostermoppen van het oude klooster. Na een ommetje om het kloosterterrein zet ik weer koers naar Anjum. Van ver lijkt het een afbeelding op een oude schoolplaat van de lagere school, een dorpsgezicht uit voorbije tijden.

 

Terug